Kindertherapie BSM van den Berg

 

Voor wie is B.S.M. therapie bedoeld?

Kinderen met leerproblemen 

Kinderen met leerproblemen kunnen erg gebaat zijn bij de BSM therapie. Meestal worden de leerproblemen veroorzaakt door een nog niet goed tot stand gekomen lichamelijke ontwikkeling. Bij leerproblemen kun je denken aan:

  • dyscalculie
  • dyslexie
  • spellend lezen
  • radendlezen
  • hakkelend lezen
  • concentratie problemen
  • niet stil kunnen zitten
  • faalangst
  • geheugenproblemen

Kinderen met gedragsproblemen

Het lijkt of de groep met gedragsproblemen onder de kinderen steeds groter wordt. Ook in de media wordt hierover gesproken. Gedragsproblemen worden meestal veroorzaakt door een mankement in de motorische ontwikkeling van een kind. Hierdoor kan de ontwikkeling van de hersenen achter blijven. 

  • ASS, Autisme en aanverwante contactstoornissen
  • ADD
  • ADHD
  • NLD
  • PDDnos
  • Angst
  • Inslapen, doorslapen
  • Sociale weerweerbaarheid

Kinderen met ontwikkelingsproblemen

Het lijf van een kind doorloopt een bepaalde ontwikkeling. Deze ontwikkeling kent een volgorde die heel precies is afgestemd. Als deze ontwikkeling ergens hapert heeft het lijf hier last van. Deze remming kan worden opgelost door de BSM oefeningen. Onder ontwikkelingsproblemen vallen o.a.:

  • Evenwichtsprobelemen
  • Kiss syndroom
  • Motorische problemen
  • Problemen met zwemmen
  • Onhandigheid
  • Spraakproblemen
  • Gehoorproblemen
  • Problemen met de groei van de schedel
  • Problemen met de ogen
  • Scheefstand van het lijf

De ontwikkeling van de motoriek van een kind heeft te maken met de rijping van de hersenbalk. Dit is het corpus callosum en verbindt de linker en rechter hersenhelft met elkaar. Voor een goede ontwikkeling hoort een kind fases te doorlopen (drs. P. Mesker). Wanneer dit goed gaat zie je dat een kind zich bepaalde vaardigheden eigen gaat maken. Dit begint al voor de geboorte in de baarmoeder met bewegen en na de geboorte met kruipen, lopen, klimmen en bijvoorbeeld fietsen. Deze bewegingen vallen onder de 1e fase van de motorische ontwikkeling. Deze fase wordt links - rechts antagonisme of slurfmotoriek genoemd. Deze motorische ontwikkeling speelt in de regel tussen 0 en 4 jaar.

 

Bij de 2e fase (de symmetrische fase) leert een kind om linker en rechterkant van het lichaam tegelijkertijd te bewegen. Een kind kan dan bijvoorbeeld in de handen klappen, zwemmen in schoolslag, schommelen, recht zitten en staan, recht koprollen, met 2 benen tegelijk springen, met 2 handen recht gooien/vangen en met 2 ogen kijken. Deze fase begint vanaf 4 maanden en duurt ongeveer tot een jaar of 6.

 

De 3e fase is de lateralisatie periode en begint vanaf 6 à 7 jaar. Links en rechts maken verschillende bewegingen en werken samen. Een kind leert veters strikken, zich aankleden, knippen, een mandarijn pellen, touwtje springen en bijvoorbeeld lezen en schrijven. Ondanks dat schrijven veelal eenzijdig wordt gedaan is dit toch een activiteit waarbij beide hersenhelften actief zijn. De bewegingen van de vingers worden vanuit de ene en de bewegingen van de duim vanuit de andere hersenhelft aangestuurd. De duim leert letterlijk te functioneren tegenover de vingers en leert samen te werken met de vingers van dezelfde hand. De functie van de andere hand wordt overgenomen door de duim. Een moeilijk handschrift duidt meestal op een moeilijke samenwerking tussen de linker en rechter hersenhelft. Vanaf ongeveer 8 jaar is de hersenbalk uitgerijpt. Het kind beweegt efficiënt en heeft 1 voorkeurskant (zowel met hand, voet en oog). Bij meisjes gaat deze ontwikkeling in de regel sneller dan bij jongens.

 

Bij leerproblemen zie je vaak dat een kind zijn frontale hersenen nog niet goed in kan zetten. Bij bovenstaande ontwikkeling zijn deze hersenen die boven het voorhoofd gesitueerd zijn goed aangewakkerd. Steeds vaker zie je echter bij kinderen dat dit door verschillende oorzaken achter kan blijven. De uitrijping laat langer op zich wachten of blijft uit. De BSM kan door de uitgebreide diagnose de oorzaak van het lichamelijke probleem achterhalen. Door gerichte oefeningen wordt het specifieke hersengebied geactiveerd. Leerproblemen komen hierdoor op de achtergrond te staan.