Kindertherapie BSM van den Berg

Mijn broer

Mijn broer is een autist. Eigenlijk vind ik zijn handicap altijd al razend interessant. Wat gebeurt er nu in dat koppie van hem. Als kind al verslond ik de informatie die ik te pakken kon krijgen over autisme. Wat me het meest intrigeerde was dat er zo weinig over bekend is. Als ik later groot was wilde ik hier wat mee bereiken, de vinger leggen op het autisme. Dit is mijn droom gebleven.

In 1999 lees ik een artikel over de BSM de Jong therapie. Deze behandeling gaat ervan uit dat gebrek aan intelligentie vaak ten onrechte als de oorzaak voor leer en gedragsproblemen wordt gezien, terwijl er ook een lichamelijke oorzaak kan zijn, waardoor prikkels in het centraal zenuwstelsel niet goed worden overgedragen. Ik ben me in deze therapie gaan verdiepen en in 2002 de opleiding begonnen. Nu ben ik dus zelf BSM de Jong therapeut!

Wat me een beetje machteloos maakt is dat ik nu de vinger op mijn broertje zijn autisme kan leggen, maar nog niet veel voor hem kan doen. Hij vraagt me regelmatig of de BSM hem kan helpen, maar ik kan niet zoveel op dit moment. Mijn broertje is inmiddels 25 en woont niet meer thuis. Wil de BSM therapie succesvol zijn, dan moet je trouw elke dag oefeningen doen. Al nemen deze gemiddeld maar een kwartiertje tijd in beslag, ik weet dat dit niet haalbaar is in zijn situatie. Voor hem lijkt de BSM te laat te komen, al ben ik nog wel aan het bedenken hoe het toch zou kunnen.

Ik werk momenteel zelf ook in de zorg. Ik kan me dus helaas zodanig in zijn thuis situatie verplaatsen dat ik weet dat het niet haalbaar is om de begeleiders de oefeningen met hem te laten doen. Ik blijf dus een beetje op de zijlijn met mijn kennis. Ik weet dat zijn handicap gedeeltelijk erfelijk in zijn lijf aanwezig was, net als gedeeltelijk bij mij. Maar bij hem is deze uitgepakt tijdens zijn tijd nog in de baarmoeder en zijn zware reis naar zijn leven als autist, tijdens de bevalling. Mijn broertje of eigenlijk mijn moeder heeft een zware bevalling gehad. Mijn broer lag niet goed met zijn hoofdje en kon erg moeilijk door het baringskanaal komen. Dit heeft hem de genadeslag gegeven. Door de grote druk kon hij geen prikkels meer verwerken, zijn systeem was overbelast. Zijn lijfje kon de draai niet vinden. Zijn zintuigen kunnen de wereld niet goed vertalen. Zijn intelligentie blijft verstopt, kan de weg naar buiten niet vinden.

Als mijn ouders toen van de BSM hadden geweten had hun leven, dat van mijn broer en dat van mij er nu heel anders uit gezien.