Kindertherapie BSM van den Berg

Hieronder volgt een artikel geschreven door Anne Elzinga, gepubliceerd in J/M voor ouders, 24 november 2010

B.S.M.-de Jong®therapie voor leer- en gedragsstoornissen

Dyslexie, ADHD, PPD NOS; de sinds enkele jaren bestaande Brain Stimulating Method, ofwel de B.S.M.-de Jongtherapie, lijkt het antwoord op uiteenlopende problemen te zijn. Bijna elke ouder heeft de naam wel eens horen vallen. Maar wat houdt die therapie nu precies in?

Ex-röntgenlaborante Bep Hofland heeft sinds twee jaar een B.S.M.-de Jongpraktijk in Amsterdam. Zij heeft een ® achter haar naam staan; teken dat zij toestemming heeft van Janny de Jong zelf om deze titel te voeren. Janny de Jong - die door iedereen bijna eerbiedig steeds ‘mevrouw de Jong’ wordt genoemd - is degene die de methode heeft ontwikkeld. Nadat zij gedurende korte tijd in coma had gelegen, had ze jarenlang last van geheugen- en visuele problemen. Door haar werk als remedial teacher kwam Janny de Jong er bij toeval achter dat háár klachten verdwenen door de bewegingsspelletjes die zij met pupillen deed. De zoektocht naar een verklaring hiervoor leidde tot de ontdekking van de Brain Stimulating Method. Zij startte vervolgens een eigen behandelingspraktijk in haar woonplaats Zeeland. Inmiddels heeft zij nog dertien andere therapeuten opgeleid, die her en der in het land praktijk houden. Bovendien is in 1999 een driejarige beroepsopleiding van start gegaan, waaraan 65 cursisten deelnemen.

 

Zelf raakte Bep Hofland enthousiast door de BSM-ervaringen van haar dochter, die dyslectisch is. ‘Nadat ze een tijdje reguliere therapie had gevolgd, stapten we over op de BSM-methode. Binnen een half jaar ging ze van AVI-6 naar AVI-9. Daarnaast merkten we dat ze veel weerbaarder werd en lekkerder in haar vel zat.’ Bep Hofland raakte zo geïntrigreerd dat ze zich door Janny de Jong liet opleiden tot BSM-therapeute.

Een huisvrouwen-imago

Misschien komt door de beginnende professionalisering de BSM-methode langzamerhand af van haar ‘goedwillende huisvrouwen’-imago.

Bep Hofland: ‘Onze therapie wordt heel erg in de amateuristische hoek geplaatst.’ Dit wordt vermoedelijk ook veroorzaakt door het feit dat er tot nu toe geen onderzoek is gedaan naar verklaringen en effecten. Niet dat de BSM-wereld dat niet zou willen. Janny de Jong gaf vier jaar geleden in een interview in Educare al te kennen niets liever te willen ‘dan dat alles wat ik doe door wetenschappelijk onderzoek van anderen is onderbouwd.’ Ook het feit dat de therapie niet wordt vergoed houdt verwijzers tegen. ‘Een Riagg-behandeling kun je helemaal terugkrijgen van de verzekering, onze therapie moeten mensen vaak zelf betalen.’

Toch signaleert Bep Hofland dat er zo zoetjesaan steeds meer wordt verwezen. ‘Met manueel therapeuten en osteopaten werken we al vanaf het begin samen, in zo’n 80 procent van de gevallen. Maar ook anderen verwijzen wel eens door. Zo krijg ik cliënten via een remedial teacher in Almere en een leerkracht uit Purmerend.’ En natuurlijk liggen haar folders ook in de wachtkamer van haar eigen huisarts.

Tien minuten oefenen per dag

Tijdens een langdurig intake-gesprek met ouders en kind gaat de therapeut op zoek naar een mogelijke lichamelijke oorzaak voor de problemen. Er worden ook verschillende tests gedaan: een testje voor de ogen, een aantal osteopatische testen om te kijken of er lichamelijke belemmeringen zijn (bijvoorbeeld scheefstanden), eventueel een leestest. Na afloop vertelt de therapeut haar bevindingen en stelt het oefenprogramma op, dat wordt afgestemd op het kind. De kinderen werken bijvoorbeeld met de wiebelplank, moeten met een zachte bal (leren) stuiteren of doen knie-elleboog-oefeningen. Soms moeten kinderen ‘olifanten’ (heel langzaam kruipen, eerst met links, daarna met rechts) of andere oefeningen doen die speciaal voor hun probleem gelden. ‘Belangrijk is dat de kinderen de bewegingen niet te snel doen. Je probeert door die oefeningen een prikkel te laten ontstaan, waarvan je denkt dat die niet vaak gegeven wordt. Op die manier worden ‘luie’ delen van de hersenen in werking gezet: deze zetten op hun beurt dan weer andere hersendelen in beweging, waardoor uiteindelijk het hele zenuwstelsel beter gaat werken. Er komt leven in de brouwerij. Als het te snel gaat, is de prikkel alweer voorbij voordat de hersencel is geactiveerd.’ Essentieel is ook dat de kinderen niet overprikkeld raken door de oefeningen. ‘Het aantal keren dat een oefening moet worden gedaan, let heel nauw.’ Daarom wordt steeds nauwkeurig vinger aan de pols gehouden om te kijken of het oefenschema voor thuis moet worden verhoogd of juist verminderd. Dat gebeurt tijdens regelmatig telefonisch overleg. Na tien weken volgt er weer een persoonlijk gesprek. Tijdens dit tweede consult checkt de therapeut – via een aantal testjes – ook of het gedrag verbeterd is. Daarna komen ouders en kinderen meestal nog één keer. Voor de rest bestaat de behandeling uit telefonische consults.

De BSM-de Jongtherapie werkt alleen als ouders én kinderen het thuisprogramma trouw volgen. Tien tot hooguit twintig minuten oefenen per dag is voldoende. ‘Het is het beste hiervoor een vast tijdstip te kiezen,’ raadt Bep Hofland aan. ‘En stel kinderen wat leuks in het vooruitzicht. Ze mogen best beloond worden voor hun doorzettingsvermogen. Het helpt als ook de andere gezinsleden positief zijn over de behandeling. Als die het maar raar vinden, werkt dat niet erg motiverend.’

Altijd effect

Al is er dan geen wetenschappelijk onderbouwde informatie over de effecten van de therapie, uit ervaring weet Bep Hofland dat het bij iedereen werkt. Mits er nauwgezet geoefend wordt en trouw contact onderhouden met de therapeute. ‘Voor we beginnen, stel ik altijd samen met de ouders een doel vast waarop de behandeling gericht is. Dat doel probeer ik dan te bereiken.’ Uiteraard is het zaak hierin realistisch te zijn. ‘Je moet de lat niet te hoog leggen. Soms moet ik doelen van ouders bijstellen. Zo had ik eens een moeder van een negenjarig kind aan de telefoon, dat heel erg achter was. Hij sprak nog maar enkele woordjes en ook verder was er veel aan de hand. De moeder wilde graag dat hij naar een gewone basisschool zou gaan. In zo’n geval zeg ik dat ik dàt niet kan waarmaken.’ Bijna nooit wordt een kind afgewezen omdat het een te problematische cliënt is voor de BSM-therapie. In ‘zware’ gevallen gaat het vaak om kinderen die al een hele weg hebben bewandeld en ook onder behandeling zijn van traditionele hulpverleners. Zelfs in die situaties kan de BSM-therapie volgens Bep Hofland tot resultaten leiden. Al was het alleen maar omdat ook deze kinderen er op den duur bij gedijen. Dat was het geval bijvoorbeeld bij Stijn (9), bij wie PDD NOS en ADHD was geconstateerd. Hij gebruikte diverse medicijnen. Stijn was, naar eigen zeggen, vaak en langdurig heel erg boos en wilde dat graag veranderen. Zijn ouders hoopten dat het door de oefeningen geleidelijk aan wat beter met hem zou gaan. Een jaar therapie liet veel ups en downs zien. Na een aanvankelijke opmerkelijke gedragsverbetering (Stijn werd minder gepest, was minder ‘oostindisch’ doof en minder moe) waren zijn ouders zo enthousiast dat ze de medicatie in snel tempo afbouwden. Daardoor viel zijn gedrag helemaal terug. Het was moeilijk daar weer een stijgende lijn in te brengen. Langzaam maar zeker is dat echter toch gelukt. Ook Hofland’s eigen dochter was zo’n succes-story. Het eerste jaar oefende ze intensief, daarna deed ze die oefeningen een jaar lang met tussenpozen. Nu oefent ze al vijf jaar niet meer. Inmiddels zit ze in 4 VWO.

Wat is de Brain Stimulating Method?

B.S.M. staat voor Brain Stimulating Method. Deze methode zoekt naar het verband tussen het functioneren van het kind en zijn fysieke toestand. Uitgangspunt is dat leer- en gedragsproblemen zijn terug te voeren op een lichamelijke oorzaak, waardoor prikkels in het centrale zenuwstelsel niet goed worden overgedragen. Door erfelijkheid, zwangerschap, bevalling of psychische factoren kunnen stoornissen ontstaan in het vermogen van kinderen om bepaalde stoffen aan te maken, zoals hersenboodschapperstoffen (neuro­transmitters), enzymen en hormonen. Gevolg is dat bepaalde delen van de hersenen onvoldoende worden geactiveerd.

De behandeling is er dan ook op gericht de wegen tot het brein weer toegankelijk te maken. Het centrale zenuwstelsel wordt versterkt doordat de prikkeloverdracht wordt verbeterd.

De BSM-methode wordt door sommige ziektekostenverzekeringen vergoed. Voor een gemiddelde behandeling (bestaande uit één intake-gesprek, drie vervolgconsulten en regelmatig telefonisch overleg) moet op een kleine ƒ800,- gerekend worden.

'Hij is weer levendig en vrolijk'

In een brief aan J/M schrijft de moeder van een negenjarige jongen die behandeld wordt volgens de BSM-de Jongtherapie: ‘Wij worden erg goed begeleid en hebben regelmatig telefonisch contact met de therapeute. Het intake-gesprek met haar was wel heftig. We hebben twee uur lang over ons kind zitten praten, en zij gaf zoveel logische verklaringen voor allerlei kleine gebreken en nukken van hem, dat de emoties af en toe hoog opliepen (…). Wij zijn nu drie maanden bezig en eindelijk hebben we een zoon die met ons meeleeft, zijn emoties toont en een discussie aan kan gaan. Hij vertelde me laatst nog dat hij zo gelukkig is, en dat hij dat een half jaar geleden niet was!’

Opleiding tot B.S.M.-de Jongtherapeut

In principe kan iedereen die gemotiveerd is en de Engelse taal beheerst de BSM-opleiding volgen. De cursussen worden gegeven door een arts, een orthopedagoog, een B.S.M.-de Jongtherapeut en Janny de Jong zelf. Anatomie en fysiologie vormen de basis. Daarnaast wordt informatie gegeven over zwangerschap en geboorte, diagnosticeren, beweegtherapie en remedial teaching volgens de B.S.M. De opleiding is niet erkend. De beroepsvereniging i.o. zal vanaf eind 2002 gaan controleren of alle therapeuten die onder de B.S.M.-de Jong-vlag werken aan de criteria voldoen. Omdat zo’n controle nu niet systematisch kan worden uitgevoerd, is het mogelijk dat therapeuten wel het officiële logo voeren, maar niet volgens de vastgestelde uitgangspunten werken (bijvoorbeeld omdat ze zich ook bezighouden met therapieën als rebirthing en dergelijk).